Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2015:4448

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2015
Publicatiedatum
23 juni 2015
Zaaknummer
C/10/419100 / HA ZA 13-215
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tussentijds hoger beroep op grond van processuele doelmatigheid

De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van HDI-Gerling en XL Insurance om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen een tussenvonnis van 29 april 2015. Dit tussenvonnis liet toe dat zij tegenbewijs konden leveren tegen de stelling dat vervuiling in het vrieshuis het gevolg was van een hevige uitstoot van koolstof.

HDI-Gerling en XL Insurance stelden dat het niet doelmatig was om in eerste aanleg verder te procederen over het leveren van tegenbewijs, omdat als hun beroep op polisuitsluitingen slaagt, verdere procedure over de schade irrelevant zou zijn. Zij wilden ook hun bezwaren tegen de bewezen geachte stelling in hoger beroep laten toetsen.

[Eiseres] was tegen het verzoek en verwees naar vaste jurisprudentie dat tussentijds hoger beroep slechts bij uitzondering is toegestaan en dat processuele doelmatigheid geen grond is voor afwijking. De rechtbank oordeelde echter dat de vaste jurisprudentie onjuist werd gelezen en dat in dit geval een uitzondering gerechtvaardigd is. Het tussentijds hoger beroep voorkomt onnodige procedures en vertragingen.

De rechtbank wees het verzoek toe en stelde het tussentijds hoger beroep open, waarmee partijen eerder duidelijkheid krijgen over de polisuitsluitingen en de noodzaak van het leveren van tegenbewijs.

Uitkomst: Het verzoek tot tussentijds hoger beroep wordt toegewezen vanwege processuele doelmatigheid.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel
Vonnis van 10 juni 2015
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/419100 / HA ZA 13-215 van
de vennootschap onder firma
[eiseres],
gevestigd te Kruiningen,
eiseres,
advocaat mr. J.E. Polet,
tegen
1. de naamloze vennootschap
HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
XL INSURANCE COMPANY PLC, voorheen genaamd XL Insurance Company Limited,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagden,
advocaat mr. E.J.W.M. van Niekerk,
Partijen zullen hierna [eiseres], HDI-Gerling en XL Insurance genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 29 april 2015;
- het faxbericht van mr. Van Niekerk d.d. 20 mei 2015;
- het faxbericht van mr. Polet d.d. 22 mei 2015;
- het faxbericht van mr. Van Niekerk d.d. 26 mei.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
In bovengenoemd tussenvonnis heeft de rechtbank HDI-Gerling en XL Insurance toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling, dat de op 29 april 2011 geconstateerde vervuiling binnen fase 1 van het vrieshuis het gevolg is van een hevige uitstoot van koolstof uit de PSA op of omstreeks 26 april 2011.
2.2.
Hdi-Gerling en Xl Insurance verzoeken thans tot het openstellen van tussentijds hoger beroep tegen genoemd vonnis. Het is in hun visie niet doelmatig om in eerste aanleg verder te procederen over de vraag of zij kunnen voldoen aan de opdracht tot het leveren van tegenbewijs. Indien hun beroep op de in de polis opgenomen uitsluitingen alsnog slaagt is het immers niet relevant om verder te procederen over de vraag of sprake is van “
sudden and accidental direct material damage” in de zin van de polis. Voorts achten Hdi-Gerling en Xl Insurance het opportuun om ook hun bezwaren ten aanzien van de voorshands bewezen geachte stelling in hoger beroep te laten toetsen.
2.3.
[eiseres] meent dat het verzoek van Hdi-Gerling en Xl Insurance moet worden afgewezen. Volgens haar zijn bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen geven om af te wijken van de hoofdregel, dat hoger beroep van tussenvonnissen in beginsel slechts is toegestaan tegelijk met hoger beroep van het eindvonnis, gesteld noch gebleken. Het is volgens haar vaste jurisprudentie dat processuele doelmatigheid geen uitzondering rechtvaardigt en bovendien leidt tussentijds appel tot onnodige vertraging en werkt het kostenverhogend.
2.4.
Het betoog van [eiseres], dat volgens vaste jurisprudentie processuele doelmatigheid geen uitzondering op de hoofdregel rechtvaardigt, berust naar het oordeel van de rechtbank op een onjuiste lezing van het arrest van de Hoge Raad (H.R. 14 juli 2006; ECLI:NL: HR:2006:AV9442). In dit geval acht de rechtbank het processueel doelmatig om eerst een nieuw oordeel over de uitsluitingen te verkrijgen. Indien in appel een ander oordeel wordt geveld over de uitsluitingen, dan wordt de exercitie van het leveren van tegenbewijs/bewijs over de dekkingsomvang overbodig. De vertraging die met tussentijds hoger beroep wordt opgelopen indien het Hof het oordeel van de rechtbank over de uitsluitingen in stand houdt, weegt niet op tegen de vertraging die partijen (en vooral [eiseres]) al hebben laten ontstaan. Op deze bijzondere gronden acht de rechtbank het maken van een uitzondering op de hoofdregel van artikel 337 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering gerechtvaardigd en zal zij tussentijds hoger beroep openstellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst toe het verzoek van Hdi-Gerling en Xl Insurance om tussentijds hoger beroep in te stellen tegen het tussenvonnis van 29 april 2015.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema, mr. W.P. Sprenger en mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2015.
32/1928/2477