Opposante stelde beroep in tegen een aanslag afvalstoffenheffing 2013, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de bij het beroepschrift overgelegde machtiging onvoldoende specifiek was. De machtiging dateerde van 31 januari 2013, terwijl de bestreden aanslag van 31 januari 2014 was, waardoor niet vaststond dat de gemachtigde bevoegd was voor deze aanslag.
De rechtbank verzocht opposante bij aangetekend schrijven om een nieuwe machtiging te overleggen die niet ouder mocht zijn dan één jaar, maar hieraan werd geen gevolg gegeven. Opposante voerde aan dat de machtiging doorlopend was en dat er geen aanwijzingen waren dat deze was beëindigd, maar dit betoog faalde omdat de machtiging niet voldeed aan de vereisten van voldoende specificiteit.
De rechtbank baseerde zich op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat een machtiging voldoende specifiek moet zijn om de grenzen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid te bepalen. Gezien het ontbreken van een geldige machtiging werd het beroep vereenvoudigd behandeld en niet-ontvankelijk verklaard. Het verzet tegen deze beslissing werd eveneens ongegrond verklaard.