Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
- de conclusie van eis van 7 april 2015;
- de conclusie van antwoord van 21 april 2015;
- de conclusie van repliek van 12 mei 2015;
- de conclusie van dupliek van 16 juni 2015;
- de e-mailwisselingen tussen de officier van justitie en de raadsman van [verdachte], die hebben plaatsgevonden naar aanleiding van de conclusie van eis en de conclusie van dupliek.
ambtshalveals voorlopige maatregel beveelt dat de verdachte zich onthoudt van bepaalde handelingen, hetgeen wettelijk gezien niet mogelijk is. De rechtbank kan ambtshalve alleen het bevel als bedoeld in artikel 28 Wed Pro wijzigen. Tot slot heeft [verdachte] gesteld dat uit de literatuur blijkt dat de mogelijkheid om een vordering als bedoeld in artikel 29 Wed Pro in te dienen niet is bedoeld om de aan een bevel ex artikel 28 Wed Pro verbonden maximale termijn van 6 maanden te kunnen omzeilen. De officier van justitie moet dan ook een keuze maken tussen een bevel ex artikel 28 Wed Pro en een vordering ex artikel 29 Wed Pro.