ECLI:NL:RBROT:2015:5035
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling verhaalsbijdrage vanaf 1 januari 2015 wegens kindgebonden budget
De gemeente verzocht de rechtbank om vast te stellen dat de man een verhaalsbijdrage moest betalen voor bijstand verleend aan de vrouw ten behoeve van hun minderjarige kind vanaf 1 januari 2015. De rechtbank verwees naar eerdere overwegingen en behandelde uitsluitend de vraag of de verhaalsbijdrage na de invoering van de Wet hervorming kindregelingen per 1 januari 2015 nog kon worden opgelegd.
De gemeente stelde dat de invoering van het kindgebonden budget met alleenstaande ouderkop geen relevante wijziging van omstandigheden vormde en dat de behoefte van het kind niet verminderd moest worden met deze toeslag. De man betwistte dit en stelde dat het kindgebonden budget inclusief alleenstaande ouderkop volledig in de behoefte van het kind voorziet, zodat geen verhaalsbijdrage meer verschuldigd is.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Participatiewet en het Burgerlijk Wetboek de vaststelling van de verhaalsbijdrage gekoppeld is aan de alimentatieprocedure. De invoering van de Wet hervorming kindregelingen vormt een wijzigingsgrond voor de alimentatie, waarbij het volledige kindgebonden budget inclusief alleenstaande ouderkop in mindering wordt gebracht op de behoefte van het kind. Omdat het budget hoger is dan de behoefte, zou de alimentatierechter de bijdrage op nihil stellen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de gemeente geen verhaalsrecht meer heeft vanaf 1 januari 2015 en wees het verzoek af. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek van de gemeente tot vaststelling van een verhaalsbijdrage vanaf 1 januari 2015 wordt afgewezen.