ECLI:NL:RBROT:2015:5328
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering
Verzoeker ontving sinds 2013 een WGA-uitkering die in november 2014 werd beëindigd. Na een aanvraag voor bijstand in januari 2015 die buiten behandeling werd gesteld, diende verzoeker op 27 februari 2015 een nieuwe aanvraag in. Verzoeker verbleef in twee periodes op verschillende adressen, waarbij hij in de tweede periode een kamer huurde tegen een huurprijs van €250 inclusief. Verweerder stelde de bijstandsuitkering vast op 50% van het wettelijk minimumloon (WML) vanwege de kostendelersnorm, omdat hij met meerdere meerderjarige personen in één woning woonde.
Verzoeker betoogde dat de kostendelersnorm niet van toepassing was omdat hij een kamer huurde tegen een commerciële huurprijs en zijn huisgenoten studenten waren die volgens de wet niet meetellen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker in de eerste periode terecht op 50% van het WML werd vastgesteld. In de tweede periode woonden naast verzoeker ook de verhuurder en andere meerderjarige personen in de woning, en omdat geen sprake was van een commerciële huurprijs, moest de verhuurder worden meegeteld. De student werd niet meegeteld volgens de wet.
Verzoekers beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat geen sprake was van een onbillijkheid van overwegende aard. De kostendelersnorm is bedoeld om de bijstand te verlagen als meerdere meerderjarige personen samenwonen en kosten delen. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding het besluit te schorsen en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toepassing van de kostendelersnorm wordt afgewezen.