Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en het verweer daartegen
3.De beoordeling
4.De beslissing
mr. H.C.A. de Groot.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, verblijvend in een psychiatrisch ziekenhuis, verzocht wraking van de rechter die zijn zaak behandelde over de voortzetting van een inbewaringstelling op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ).
Verzoeker klaagde dat hij geen afschrift van het dossier kreeg en dat de rechter zijn advocaat, die hij niet erkende, toeliet tot de niet-openbare zitting. De rechter bood aan het dossier voor te lezen in plaats van af te geven, om onnodige vertraging in de procedure te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het niet verstrekken van een kopie, maar het voorhouden van het dossier, geen reden is voor wraking. Verzoeker had het dossier met zijn advocaat moeten bespreken, maar weigerde dit. Ook de aanwezigheid van de advocaat leidde niet tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd uitgesproken door drie rechters op 17 juni 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.