Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 augustus 2015 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
- aangiften loonheffingen met betrekking tot eiser met terugwerkende kracht werden ingediend en op een later tijdstip na toekenning van de WW-uitkering weer werden ingetrokken met een nihil aangifte;
- op de naam en het adres van [bedrijf 1] geen G-rekeningnummer was terug te vinden;
- sprake was van een groot aantal overschrijvingen bij de loonaangiften door verschillende personen en over de maanden januari, februari en maart 2012 geen aangiftes loonheffingen werden verantwoord;
- het bedrijfsadres van [bedrijf 1] aan de [vestigingsplaats] een vervallen woning bleek te zijn;
- [bedrijf 1] over het 2e tot en met het 4e kwartaal 2011 een omzet heeft verantwoord en dat er in 2012 geen omzet exclusief omzetbelasting was, maar wel een naheffing omzetbelasting van € 15.300,-;
- eiser volgens het register van de Kamer van Koophandel van 1 januari 2011 tot 1 februari 2012 als enig aandeelhouder stond vermeld van de eenmanszaak [bedrijf 2] . Daarnaast stond eiser van 23 oktober 2007 tot en met 28 februari 2011 als directeur van [bedrijf 3] geregistreerd;
- volgens de loonstroken het netto maandsalaris van € 2.544,21 elke maand per kas is betaald;
- sprake is van een kort dienstverband van zes maanden met een extreem hoog SV-loon van € 3.867,83 per maand;
- een dienstverband met deze werkgever (niet) meer geregistreerd staat;
- andere personen ook een kort dienstverband hadden met een extreem hoog loon;
- de directeur/grootaandeelhouder van [bedrijf 1] [naam] eerder betrokken was bij twee ondernemingen van waaruit met gefingeerde dienstverbanden uitkeringen zijn toegekend en verstrekt;
- eiser tijdens het verhoor op 27 mei 2014 verklaard heeft dat hij iets van muurisolatie en het plaatsen van gipsplaten zou hebben gedaan, ruiten zou hebben gezet en niet meer weet waar deze werkzaamheden plaatsvonden;
- dat vijf van de 26 personen die samen met eiser een WW-aanvraag hebben ingediend vanuit een dienstverband met [bedrijf 1] hebben verklaard dat zij eigenlijk niet gewerkt hebben bij dit bedrijf.