ECLI:NL:RBROT:2015:6445
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen tariefdiscriminatie door PostNL bij partijenpostdiensten
PostNL legde toeslagen op aan postvervoerbedrijven zoals VSP en IP voor partijenpost met meerdere afzenderadressen, wat volgens ACM in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 9 van Pro de Postwet 2009. PostNL stelde dat postvervoerbedrijven en afzenders niet in vergelijkbare posities verkeren en dat de toeslagen gerechtvaardigd zijn door extra bewerkelijkheid.
De voorzieningenrechter onderzocht de omvang en bewerkelijkheid van de aangeleverde post en concludeerde dat er onvoldoende rechtvaardiging is voor de toeslag van €0,10 per poststuk en de 15% opslag voor de dienst Diverse Afzenderadressen (DivA). Uit toezichthoudersverslagen en een filmopname bleek dat VSP niet altijd volgens de voorgeschreven wijze aanlevert, wat extra werk kan veroorzaken, maar dat dit niet geldt voor de toeslagen die specifiek op meerdere afzenderadressen zijn gebaseerd.
De voorzieningenrechter wees het beroep van PostNL op jurisprudentie van het Hof van Justitie af omdat die betrekking heeft op jaarvolumekortingen en universele dienstverlening, terwijl hier dagvolumekortingen en operationele kosten centraal staan. ACM werd geacht bevoegd te zijn tot handhaving met een last onder dwangsom. De voorzieningenrechter schorst het lastonderdeel dat restitutie of verrekening van reeds betaalde toeslagen betreft, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. Ook bepaalde publicatieverplichtingen werden deels toegewezen met anonimisering van vertrouwelijke gegevens.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening deels toe en deels af, bepaalt vergoeding van griffierecht en veroordeelt ACM in de proceskosten. Er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: PostNL heeft artikel 9 van de Postwet 2009 overtreden door discriminatoire toeslagen te hanteren; een deel van de last onder dwangsom wordt geschorst, overige lastonderdelen worden gehandhaafd.