ECLI:NL:RBROT:2015:7099
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- A. van Gijzen
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete en uitsluiting studiefinanciering wegens recidive niet-woning op BRP-adres
Eiser ontving ten onrechte een uitwonendenbeurs terwijl hij niet op het BRP-adres woonde. Na een huisbezoek werd vastgesteld dat eiser feitelijk bij zijn ouders verbleef. Verweerder legde een boete van 100% van het teruggevorderde bedrag op en sloot eiser uit van verdere studiefinanciering wegens recidive.
Eiser voerde onder meer aan dat hij wel woonde op het BRP-adres en dat hij onder druk was gezet voor het huisbezoek. De rechtbank vond deze stellingen niet geloofwaardig en oordeelde dat verweerder voldoende bewijs had geleverd dat eiser niet woonachtig was op het BRP-adres. De boete en uitsluiting werden als proportioneel en evenredig beoordeeld.
Het bezwaar tegen de herziening van de studiefinanciering werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ondanks verwarring bij eiser over de bezwaarprocedure.
De rechtbank bevestigde dat de boeteoplegging en uitsluiting op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en de Algemene wet bestuursrecht rechtsgeldig en gemotiveerd waren. Er waren geen bijzondere omstandigheden of verminderde verwijtbaarheid die matiging rechtvaardigden.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de opgelegde sancties werden gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van 100% en uitsluiting van studiefinanciering wegens recidive.