ECLI:NL:RBROT:2015:7557
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering huurder wegens stankoverlast viswinkel onder gehuurde woning
De huurder heeft een kort geding aangespannen tegen de verhuurder vanwege stankoverlast afkomstig van een viswinkel gevestigd in de bedrijfsruimte onder zijn woning. De huurder vordert herstel van het gebrek, huurvermindering, schadevergoeding en een dwangsom.
De verhuurder voert verweer dat de stankoverlast niet als een gebrek kan worden aangemerkt en dat zij daarom niet gehouden is tot herstel of vergoeding. De kantonrechter oordeelt dat de stankoverlast een feitelijke stoornis betreft veroorzaakt door een derde (de viswinkel) zonder dat deze een recht op die overlast heeft, zodat dit niet kwalificeert als een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 3 BW Pro.
De huurder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een gebrek in de afzuiginstallatie van het gebouw. Daarom is er geen grondslag voor toewijzing van de vorderingen. De kantonrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt de huurder in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder wegens stankoverlast worden afgewezen omdat geen sprake is van een gebrek dat de verhuurder moet verhelpen.