ECLI:NL:RBROT:2015:7579
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens eerdere toepassing binnen tien jaar
De rechtbank Rotterdam heeft op 29 september 2015 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenares. De waarnemend rechter-commissaris had een voordracht gedaan tot beëindiging, omdat schuldenares eerder al een schuldsaneringsregeling had doorlopen die op 27 februari 2004 van toepassing werd verklaard en op 15 mei 2007 werd beëindigd met toekenning van de schone lei.
Tijdens de zitting heeft schuldenares erkend dat zij de rechtbank bij de toelatingszitting van 25 september 2014 niet had geïnformeerd over haar eerdere toelating tot de regeling. Zij gaf aan niet op de hoogte te zijn van het verbod om binnen tien jaar opnieuw gebruik te maken van de regeling en verklaarde dit niet bewust te hebben verzwegen. De maatschappelijk werkster was wel op de hoogte en had de bewindvoerder geïnformeerd.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares haar informatieplicht niet naar behoren was nagekomen, maar dat er geen aanwijzingen zijn voor opzet. Gezien artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro en het arrest van de Hoge Raad van 12 juni 2009, heeft de rechtbank de regeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Er zijn geen baten aanwezig en er zal geen faillissement van rechtswege ontstaan zodra het vonnis in kracht van gewijsde gaat.
Tot slot stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal € 1.875,40 inclusief onkosten en omzetbelasting.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling omdat schuldenares binnen tien jaar tweemaal is toegelaten zonder geldige uitzonderingsgrond.