ECLI:NL:RBROT:2015:9046
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen oplegging alcoholonderzoek en rijbewijsongeldigverklaring
Verzoeker is op 10 juli 2015 aangehouden met een alcoholpromillage van 2,565‰. Op 5 november 2015 heeft het CBR een besluit genomen om verzoeker te verplichten mee te werken aan een onderzoek naar alcoholgebruik en het rijbewijs te schorsen. Dit besluit is genomen na overschrijding van de wettelijke termijn van vier weken, omdat het CBR wachtte op informatie over een eerder incident uit 2011.
De rechtbank overweegt dat hoewel de overschrijding onzorgvuldig is en niet in het belang is van verzoeker of de verkeersveiligheid, het feit van 10 juli 2015 op zichzelf voldoende grond is voor het opleggen van de maatregel. De Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid laat geen ruimte om hiervan af te wijken.
Verzoeker stelde dat de overschrijding betekende dat het besluit niet meer genomen kon worden, maar de rechtbank volgt de vaste jurisprudentie dat het CBR bevoegd blijft het besluit te nemen. Ook het beroep op het ne bis in idem-beginsel faalt omdat het hier geen strafrechtelijke maatregel betreft.
De rechtbank ziet geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen en wijst het verzoek af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot oplegging van alcoholonderzoek en schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen.