ECLI:NL:RBROT:2015:9147
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van Velzen
- L.A.C. van Nifterick
- J.L.S.M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens misleidende handelspraktijken door moedermaatschappij beleggingsfondsen
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan eiseres, moedermaatschappij van zes beleggingsfondsen, een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 8.8 van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc). De AFM stelde vast dat 17% van de gelden van obligatiehouders niet werd doorgeleend aan de beoogde Duitse dochtermaatschappij, terwijl dit wel was gecommuniceerd.
Eiseres betoogde dat zij de obligatiehouders steeds had geïnformeerd en zich niet schuldig had gemaakt aan misleidende handelspraktijken. De rechtbank oordeelde dat de verstrekte informatie feitelijk onjuist was en essentiële informatie over de financiële situatie van de fondsen, zoals rekening-courantverhoudingen, niet voldoende was verstrekt. De stellingen van eiseres werden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verwierp het betoog dat de AFM niet bevoegd was de last op te leggen nu er geen obligatiehouders meer zouden zijn, en ook het argument dat de dwangsom te hoog was faalde. De dwangsom is gericht op het waarborgen van naleving en niet op draagkracht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering door de AFM zijn gehandhaafd.