ECLI:NL:RBROT:2015:9268
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. Paling
- J. de Gans
- J. Leyenaar-Holleman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot terugplaatsing tijdens voorwaardelijke beëindiging PIJ-maatregel
De rechtbank Rotterdam behandelde op 15 december 2015 de vordering van het openbaar ministerie tot terugplaatsing van de veroordeelde in een justitiële jeugdinrichting of penitentiaire inrichting tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De maatregel was opgelegd wegens ernstige delicten gepleegd in 2012 en de voorwaardelijke beëindiging was voorzien met bijzondere voorwaarden.
De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde zich niet volledig aan de voorwaarden hield en adviseerde terugplaatsing, maar erkende ook dat de begeleiding moeizaam verliep en dat de situatie ongewijzigd bleef. De veroordeelde verbleef inmiddels bij een opvang voor dak- en thuisloze jongeren, waar hij gemotiveerd was en positief meewerkte aan begeleiding.
De rechtbank oordeelde dat terugplaatsing de positieve ontwikkeling van de veroordeelde zou kunnen doorkruisen en dat hij nog steeds gebaat was bij begeleiding en toezicht. Daarom werd de vordering tot terugplaatsing afgewezen. Tevens werd de vordering tot omzetting van de voorwaardelijke beëindiging in een onvoorwaardelijke beëindiging afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
De bijzondere voorwaarden werden aangepast om beter aan te sluiten bij de huidige situatie van de veroordeelde, waarbij onder meer verblijf bij de opvang, dagbesteding, meldplicht bij reclassering, onthouding van verdovende middelen en ambulante behandeling werden vastgesteld.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot terugplaatsing af en wijzigt de bijzondere voorwaarden van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.