Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de producties van [eiser]
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van Eneco, met producties.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
408,00
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser opheffing van beslag dat Eneco heeft gelegd op zijn goederen en bankrekeningen, en terugbetaling van het bedrag dat via het beslag is verkregen. Eiser stelt dat zijn mede-vennoot een schikking heeft getroffen met Eneco en finale kwijting heeft ontvangen, waardoor ook zijn eigen schuld is afgelost.
De rechtbank overweegt dat een dading met één van de hoofdelijk verbonden schuldenaren niet zonder meer betekent dat de vordering op de andere schuldenaar is vervallen. De betaling door de mede-vennoot vermindert slechts de gezamenlijke schuld, maar ontslaat de andere schuldenaar niet van zijn verplichting.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij mocht vertrouwen op kwijting. Eneco heeft bovendien na betaling door de mede-vennoot de openstaande schuld bij eiser gespecificeerd en eiser heeft pas na lange tijd gesteld dat ook hij finale kwijting had ontvangen.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af, handhaaft het beslag en veroordeelt eiser in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en op 25 januari 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en handhaaft het beslag op eiser.