Verzoekster was sinds 1 april 2006 in dienst bij Tracco Logistics en haar arbeidsovereenkomst werd op 28 september 2015 opgezegd wegens bedrijfseconomische omstandigheden, met 31 oktober 2015 als laatste werkdag. Zij vorderde betaling van transitievergoeding en billijke vergoeding, alsmede incassokosten en rente.
De kantonrechter oordeelde dat de verzoeken niet ontvankelijk zijn omdat het verzoekschrift pas op 1 februari 2016 werd ingediend, terwijl de wet een termijn van twee maanden voor billijke vergoeding en drie maanden voor transitievergoeding na het einde van de arbeidsovereenkomst voorschrijft. De arbeidsovereenkomst eindigde op 31 oktober 2015, waardoor het verzoekschrift uiterlijk 31 januari 2016 ingediend had moeten zijn.
Er waren geen omstandigheden die een uitzondering op deze strikte termijnen rechtvaardigen. Daarom werden de verzoeken afgewezen en werd verzoekster veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van Tracco Logistics nihil werden vastgesteld.