ECLI:NL:RBROT:2016:2001
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring rijvaardigheid na fraude door examinator CBR bevestigd
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn verklaring van rijvaardigheid door het CBR, gebaseerd op fraude door een examinator in samenwerking met verdachte rijscholen.
Uit politieonderzoek en een bestuurlijke rapportage bleek dat de examinator kandidaten tegen betaling onterecht liet slagen. Verweerder hanteerde indicatoren om te beoordelen of de verklaring ten onrechte was afgegeven, waarvan vier op eiser van toepassing waren. Eiser voerde aan dat hij niet betrokken was bij fraude en dat het beginsel van gelijke proceskansen was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de verklaring ten onrechte was verleend, ook zonder onomstotelijk bewijs. De afstand tot de rijschool, het betaalde bedrag, en verklaringen van de rijschoolhouder ondersteunden dit. Daarnaast bevestigde een herbeoordeling van de rijvaardigheid door het CBR de gebrekkige beheersing van het voertuig.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking terecht was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid wordt ongegrond verklaard.