De Autoriteit Consument & Markt (ACM) legde aan eiseres een boete op wegens overtreding van het kartelverbod van artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet, door deelname aan een kartel op executieveilingen in de periode 2000-2009. ACM stelde dat handelaren afspraken maakten om de prijzen kunstmatig laag te houden, wat de vrije prijsvorming en marktstructuur frustreerde.
Eiseres betwistte de overtreding niet, maar voerde beroep aan tegen de hoogte van de boete. De rechtbank oordeelde dat ACM bevoegd was de boete op te leggen en dat de overtreding zeer ernstig was, gezien de omvang van de betrokken panden en het economische belang. De ernstfactor werd passend geacht op 2,5, resulterend in een boete van €29.000.
De rechtbank hield rekening met de financiële gevolgen voor eiseres, met name het beëindigen van bancaire relaties, en matigde de boete met 10%. Tevens werd de redelijke termijn overschreden met zes maanden, wat een extra boetevermindering van 5% opleverde. Uiteindelijk stelde de rechtbank de boete vast op €24.795, verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betrof, en veroordeelde ACM tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.