De Autoriteit Consument & Markt (ACM) legde eiser een bestuurlijke boete op wegens overtreding van het kartelverbod van artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet. Het betrof deelname aan een landelijk kartel van handelaren die de prijsvorming op executieveilingen tussen 2000 en 2009 manipuleerden door onderlinge afspraken en gedragingen.
Eiser voerde aan dat hij slechts een beperkte en inactieve rol had, niet deel uitmaakte van het kartel, en dat de boete disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een één enkele inbreuk met mededingingsbeperkende strekking en dat eiser betrokken was bij 71 panden, waaronder 21 naveilingen.
De rechtbank bevestigde de bevoegdheid van ACM tot boeteoplegging en de ernst van de overtreding, maar matigde de boete vanwege de financiële gevolgen voor eiser en wegens overschrijding van de redelijke termijn. De boete werd vastgesteld op €855,--. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de hoogte van de boete betrof en ongegrond voor het overige.