ECLI:NL:RBROT:2016:2321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit herziening bijstandsuitkering op grond van nieuw gebleken feiten
Eiseres verzocht om herziening van een besluit waarbij haar aanvraag om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) was afgewezen vanwege een te hoog inkomen, berekend op basis van maandelijkse opbrengsten uit verhuur en beleggingen. Verweerder wees dit verzoek af omdat de voorlopige aanslag inkomstenbelasting over 2013 geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid vormde.
De rechtbank oordeelt dat nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden feiten zijn die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet eerder konden worden aangevoerd. De aanslag inkomstenbelasting is een herhaling van eerder aangevoerde standpunten en vormt geen nieuw feit. Ook het betoog dat de Raad voor de Rechtspraak in eerdere uitspraken heeft gedwaald, kan niet worden betrokken.
Verder is het beroep op het eigendomsrecht uit het EVRM niet ontvankelijk omdat dit betoog in bezwaar had kunnen worden aangevoerd. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het herzieningsverzoek faalt omdat verweerder binnen de wettelijke termijn heeft beslist en geen dwangsom is vastgesteld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herziening van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.