Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
De Ontvanger van de Belastingdienst/Midden- en kleinbedrijf(hierna: geopposeerde), mede kantoorhoudende te Rotterdam, op rekest in staat van faillissement is verklaard.
Rechtbank Rotterdam
De curator stelde verzet in tegen het vonnis waarbij de schuldenaar op verzoek van de Belastingdienst in staat van faillissement werd verklaard. Hij voerde aan dat er geen activa in de boedel aanwezig zijn en dat het faillissement misbruik van bevoegdheid betreft, omdat de Belastingdienst geen belang zou hebben bij het faillissement. De Belastingdienst betwistte deze stellingen en verwees naar het arrest van de Hoge Raad van 18 december 2015, waarin is bepaald dat een curator als belanghebbende verzet kan instellen bij een lege boedel.
De rechtbank oordeelde dat de curator wel als belanghebbende kan worden aangemerkt, maar dat onvoldoende is komen vast te staan dat de boedel geen activa bevat of zal bevatten. De boekhouding was niet volledig beschikbaar, het onderzoek van de curator was nog niet afgerond en de onderneming had recentelijk nog werkzaamheden verricht. Hierdoor was het niet evident dat sprake is van een lege boedel.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en het faillissementsvonnis van 8 maart 2016 werd bekrachtigd. De curator kan binnen acht dagen hoger beroep instellen. De uitspraak werd gedaan door rechter W.J. Geurts-de Veld op 29 maart 2016.
Uitkomst: Het verzet van de curator tegen de faillietverklaring is ongegrond verklaard en het faillissementsvonnis is bekrachtigd.