Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 april 2016 in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats] , eiser,
de Staatssecretaris van Financiën, verweerder,
Procesverloop
.
Rechtbank Rotterdam
Eiser was sinds februari 2013 werkzaam bij de Belastingdienst en werd in het kader van het ITI-project aangesteld onder de voorwaarde dat hij binnen twee jaar de Associate Degree Accountancy (ADAC) opleiding succesvol zou afronden. Ondanks studieverlof en ondersteuning slaagde eiser er niet in de opleiding binnen de gestelde termijn te voltooien, mede door onvoldoende resultaten bij herkansingen.
Verweerder heeft op basis van het toetskader ADAC, dat slechts één herkansing per toets toestaat, besloten tot eervol ontslag wegens het niet voldoen aan de opleidingseisen. Het centrale studiedecanaat adviseerde negatief over de continuïteit van de studie, en verweerder handhaafde dit besluit na bezwaar en escalatie.
De rechtbank oordeelt dat eiser bekend was of had kunnen zijn met de opleidingseisen en de gevolgen van het niet slagen. Het beleid van verweerder wordt als redelijk en niet onredelijk beschouwd, mede gezien de studielast en de geboden faciliteiten. Ook is geen sprake van ongelijke behandeling, omdat maatwerk in andere gevallen werd geboden op basis van bijzondere persoonlijke omstandigheden, die bij eiser ontbraken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot eervol ontslag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het eervol ontslag wegens het niet afronden van de ADAC-opleiding binnen twee jaar wordt ongegrond verklaard.