Eiser had bijstand toegekend gekregen met ingang van 19 januari 2015, maar stelde dat hij eerder meerdere malen had geprobeerd een aanvraag in te dienen, doch steeds werd weggestuurd vanwege het ontbreken van een DigiD-code. Hij heeft psychische problemen en een laag IQ, wat bij verweerder bekend was. De rechtbank concludeerde dat eiser met spoed geld wilde en dat zijn boodschap "ik wil geld" in de context van zijn beperkingen als een aanvraag moest worden geïnterpreteerd.
Verweerder stelde dat bijstand alleen wordt toegekend vanaf de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De rechtbank vond dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren, waaronder een niet in het dossier opgenomen brief van eiser en de bekende sociale en psychische zwakte van eiser. Ook werd erkend dat aanvragers soms worden weggestuurd als zij zich niet digitaal melden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat bijstand met ingang van 24 juli 2014 moet worden toegekend. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard.