Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, met dien verstande dat de verdachte ter zake van het onder 3 tenlastegelegde feit zal worden vrijgesproken voor het bedrag: € 370,00;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest;
- verbeurdverklaring van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 334.925,00.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
In de onderhavige zaak was er echter sprake van een dusdanig gestructureerd en gecoördineerd politieoptreden, uitgevoerd door een politieteam met een coördinator op het politiebureau op de achtergrond, waardoor sprake is van een verkapte vorm van opsporingsonderzoek. Door een dergelijk optreden te baseren op de Politiewet zonder gebruik te maken van de opsporingsbevoegdheden van het Wetboek van Strafvordering, is feitelijk sprake van détournement de pouvoir en strijd met het legaliteitsbeginsel. Dit rechtvaardigt de conclusie dat doelbewust, dan wel met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan. De raadsman heeft om die reden verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van de verdachte.
5.Waardering van het bewijs
6.Strafbaarheid feiten
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.In beslag genomen voorwerpen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1: