ECLI:NL:RBROT:2016:3435
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen klachtbehandeling Raad voor de Kinderbescherming
Eiser diende op 3 april 2015 een klacht in bij de externe klachtencommissie van de Raad voor de Kinderbescherming nadat hij eerder op 12 januari 2015 een klacht had ingediend bij de Raad zelf. Na het uitblijven van een reactie stuurde eiser een ingebrekestelling en stelde vervolgens beroep in tegen het niet-beslissen op zijn klacht.
De rechtbank moest beoordelen of zij bevoegd was kennis te nemen van dit beroep. Op grond van artikel 9:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht geen beroep worden ingesteld. Dit omvat ook de (fictieve) weigering om een klacht in behandeling te nemen.
Eiser voerde aan dat sprake was van een met een besluit gelijk te stellen weigering tot het nemen van een besluit, maar dit werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeerde dat het beroep niet ontvankelijk is en dat eiser ook geen beroep kan doen op de dwangsomregeling uit afdeling 4.1.3 van de Awb.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op de klacht.