Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van het geding
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- dagvaardingskosten € 88,84
- griffierecht € 221,00
- salaris gemachtigde € 900,00
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil over vervoer van een partij kwartszand per binnenschip van Nederland naar België. Eiser vordert betaling van vracht en bijkomende kosten, terwijl gedaagde een tegenvordering instelt wegens ladingschade. De bevoegde rechter is de kantonrechter te Rotterdam, op grond van het forumkeuzebeding in de vervoersovereenkomst.
De vervoerovereenkomst valt onder het CMNI-verdrag met aanvullend Belgisch recht. Eiser heeft de vracht en bijkomende kosten gefactureerd en VOHT erkent deze schuld. VOHT stelt een tegenvordering wegens ladingschade, maar deze vordering is verjaard volgens artikel 24 CMNI Pro, omdat zij niet tijdig rechtsgeldig is gestuit onder Belgisch recht.
De kantonrechter wijst de vordering van eiser toe inclusief rente en buitengerechtelijke kosten en wijst de tegenvordering van VOHT af wegens verjaring. VOHT wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: VOHT wordt veroordeeld tot betaling van vracht en bijkomende kosten met rente, terwijl haar vordering tot vergoeding ladingschade wordt afgewezen wegens verjaring.