Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mevrouw [naam 1], verzoekster;
- mevrouw [naam 2], werkzaam bij Kredietbank Rotterdam, hierna te noemen SHV;
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
van zes maanden;
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van haar huurwoning te voorkomen. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 11 maart 2016 vanwege huurachterstanden.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. Verzoekster ontvangt een ZW-uitkering en werkt gemiddeld 22,5 uur per week, waarmee zij voldoende inkomen heeft om de huur te betalen. Tevens zal budgetbeheer starten en wordt beschermingsbewind aangevraagd.
Hoewel verzoekster in het verleden meerdere keren huurachterstanden had en de schuldsaneringsregeling minder dan tien jaar geleden van toepassing was, weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en een minnelijk schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank legt de voorwaarde op dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan en stelt de voorziening voor zes maanden in. Tevens verklaart zij verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Uitkomst: De rechtbank schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.