ECLI:NL:RBROT:2016:4811
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing omgevingsvergunning bouwen wegens onjuiste bevoegdheid bestuursorgaan
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Korendijk verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning, erfafscheiding, in/uitrit en het kappen van een boom op een perceel. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelde vast dat het bouwplan niet voldoet aan het bestemmingsplan, omdat het hoofdgebouw deels buiten het bouwvlak en deels op een perceel met de bestemming 'tuin' wordt gebouwd.
Het college had de vergunning verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 20, van de Wabo in verbinding met artikel 4, eerste lid, sub a, van Bijlage II van het Bor, stellende dat het bouwplan een goede ruimtelijke ordening betrof en dat afwijking van het bestemmingsplan mogelijk was. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat deze afwijkingsmogelijkheid niet van toepassing is, omdat het bouwplan niet voorziet in een uitbreiding van een hoofdgebouw binnen het bouwvlak, maar in de oprichting van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak.
Daarom is het college niet bevoegd geweest om de vergunning op deze grondslag te verlenen. De voorlopige voorziening die de vergunning schorst voor de activiteit bouwen wordt daarom toegewezen, terwijl de eerdere schorsing ten aanzien van het kappen van de boom wordt opgeheven. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor bouwen wordt geschorst wegens onjuiste bevoegdheid van het college om van het bestemmingsplan af te wijken.