ECLI:NL:RBROT:2016:5138
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opzegging huurovereenkomst bij faillissement en indeplaatsstelling zonder misbruik van recht
In deze kortgedingprocedure tussen Achmea en de curatoren van het faillissement van Hoogenbosch Retail Group B.V. staat de rechtsgeldigheid van de opzegging van een huurovereenkomst centraal. Achmea had de huurovereenkomst opgezegd op grond van artikel 39 van Pro de Faillissementswet, direct na het faillissement van Hoogenbosch en Dolcis. De curatoren betwistten de opzegging en vorderden indeplaatsstelling van Nelson Schoenen B.V. als huurder.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig is, tenzij sprake is van misbruik van recht of onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De curatoren stelden dat Achmea de opzegging gebruikte om een hogere huurprijs te realiseren, wat misbruik zou zijn. De rechtbank vond echter dat Achmea de opzegging tijdig en conform de wettelijke termijn heeft gedaan en dat er geen aanwijzingen waren voor misbruik.
Ook het belang van de boedel bij indeplaatsstelling werd onvoldoende aannemelijk gemaakt, mede omdat Nelson Schoenen de doorstart had gerealiseerd en de arbeidsrechtelijke gevolgen onvoldoende waren onderbouwd. De rechtbank wees de vordering van de curatoren af en veroordeelde hen tot ontruiming van het gehuurde binnen 14 dagen, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De curatoren worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen 14 dagen en in de proceskosten.