ECLI:NL:RBROT:2016:5564
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom AFM wegens niet verstrekken informatie
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan verzoeker, voormalig middellijk bestuurder van een Nederlandse onderneming, een last onder dwangsom op wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie in het kader van een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft).
Verzoeker betoogde onder meer dat de AFM niet bevoegd was tot het opleggen van de last omdat hij in Luxemburg woonde en dat de last onevenredig nadelige gevolgen voor hem zou hebben. De rechtbank oordeelde dat de AFM bevoegd was omdat het onderzoek betrekking had op activiteiten in Nederland en verzoeker feitelijk de informatie kon verstrekken.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit op juiste wijze was verzonden en dat verzoeker tijdig bezwaar had gemaakt. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven en er geen bijzondere omstandigheden waren die publicatie van het besluit onevenredig zouden belasten.
De rechtbank benadrukte dat verzoeker zelf in de hand heeft of het besluit wordt gepubliceerd door al dan niet te voldoen aan de last binnen de gestelde termijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom van de AFM wordt afgewezen.