Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van ProRail c.s.
- de pleitnota van Rail Side.
2.De feiten
In reconventie
Rechtbank Rotterdam
ProRail en Rail Side zijn partijen in een geschil over het gebruik van grond langs het spoor en de verbeurte van dwangsommen uit een eerder kort gedingvonnis van 25 september 2015. Dit vonnis verbood ProRail om zonder schriftelijke toestemming gronden van Rail Side te betreden of te gebruiken, met een dwangsom van €2.500 per dag tot een maximum van €250.000.
Rail Side stelde dat ProRail het maximum aan dwangsommen had verbeurd, onder meer vanwege het aanleggen van een pad met porfier en het niet verwijderen van een natuurpad. ProRail betwistte grotendeels de uitleg en stelde dat het natuurpad al bestond en dat derden het pad gebruikten, niet ProRail zelf. Ook werd betwist dat hekken en verbodsborden van ProRail op de grond van Rail Side onder het dwangsomverbod vielen.
De rechtbank oordeelde dat het dwangsomvonnis beperkt moet worden uitgelegd tot toekomstige overtredingen door ProRail of haar aannemers in het kader van voorgenomen werkzaamheden. De reeds betaalde €45.000 aan dwangsommen voor het porfierpad werd erkend, en het resterende bedrag van €10.000 werd als terecht beschouwd. Voor de overige gestelde dwangsommen, zoals het natuurpad, hekken en verbodsborden, was onvoldoende aannemelijk dat ProRail dwangsommen had verbeurd.
De rechtbank besloot het executoriaal beslag op te heffen behalve voor het bedrag van €10.000 plus rente en kosten, en verbood Rail Side om executiemaatregelen te nemen op ondeugdelijke grondslagen totdat in de bodemprocedure een oordeel is gegeven. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Executoriaal beslag deels opgeheven en verbod op executiemaatregelen uitgesproken tot bodemprocedure is afgerond.