ECLI:NL:RBROT:2016:6032
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bestuursrechtelijke handhaving tegen bedrijven wegens tijgermuggen in gebruikte banden
Stichting Platform Stop Invasieve Exoten verzocht de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om handhaving tegen vier bedrijven die gebruikte banden verhandelen vanwege de aanwezigheid van tijgermuggen. De minister weigerde dit, stellende dat het handhavingsbeleid gericht is op het indammen van risico's en niet op nulvangst van tijgermuggen.
De rechtbank overwoog dat het grootste deel van de banden wordt vernietigd of verwerkt, waardoor de Warenwet niet van toepassing is op grond van artikel 1, derde lid. Daarnaast is de Wet publieke gezondheid van toepassing en zijn er al bestrijdingsmaatregelen getroffen door de burgemeester en veiligheidsregio. De eiseres trok haar beroep in voor het civiel- en strafrechtelijke deel en richtte zich alleen op bestuursrechtelijke handhaving.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een deel van de banden zonder verwerking aan bedrijven in Nederland wordt doorgeleverd. Ook achtte de rechtbank het niet noodzakelijk om een ruimere risico-inschatting te maken dan de minister heeft gedaan, mede gelet op het handhavingsbeleid en convenanten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot bestuursrechtelijke handhaving is ongegrond verklaard.