ECLI:NL:CBB:2017:311
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L. Verbeek
- W.E. Doolaard
- R.W.L. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Geen handhavend optreden op grond van de Warenwet tegen handelaren tweedehands autobanden met tijgermuggen
Het geschil betreft een verzoek van het Platform Stop Invasieve Exoten aan de minister van Volksgezondheid om handhavend op te treden tegen vier bedrijven die tweedehands autobanden verhandelen waarin tijgermuggen zijn aangetroffen. De minister wees dit verzoek af omdat het grootste deel van de banden niet onder artikel 18 van Pro de Warenwet valt en omdat op grond van de Wet publieke gezondheid voldoende maatregelen mogelijk zijn.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van het Platform ongegrond, stellende dat het te verwachten gebruik van de banden geen bijzonder gevaar oplevert voor de veiligheid en gezondheid van de mens. Het handhavingsbeleid richt zich op het indammen van risico’s en niet op een nulvangst van tijgermuggen.
In hoger beroep oordeelt het College dat het verzoek van het Platform als vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid ontvankelijk was. Het College bevestigt dat het te verwachten gebruik van tweedehands banden geen bijzonder gevaar oplevert zoals bedoeld in artikel 18 van Pro de Warenwet. Het gevaar van tijgermuggen vloeit voort uit de import uit risicogebieden en niet uit het gebruik van de banden.
Daarom is er geen grondslag voor handhavend optreden op grond van artikel 18 van Pro de Warenwet. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om handhavend op te treden wordt bevestigd.