Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van het proces
2.De feiten
3.Het verzoek en de grondslag daarvan
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
- om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoeker] te betalen het verschuldigde salaris ten bedrage van € 1.596,67 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten, vanaf 1 april 2016 tot 24 augustus 2016, met de wettelijke verhoging ad 50% ex artikel 7:625 BW Pro, en met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de aldus verhoogde bedragen telkens vanaf de datum van opeisbaarheid van het salaris tot aan de dag van algehele voldoening;
- om aan [verzoeker] de salarisspecificaties vanaf 1 april 2016 te verstrekken, waarin de voornoemde salarisbetalingen vanaf 1 april 2016 tot 24 augustus 2016 zijn verwerkt, op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag met een maximum van € 2.000,- voor elke dag na 14 dagen na de betekening van deze beschikking dat W.J. Maatwerk niet voldoet aan deze beschikking;