ECLI:NL:RBROT:2016:7142
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belanghebbendheid aandeelhouders bij aanwijzing curator en benoeming directie
De zaak betreft beroepen van twee aandeelhouders tegen besluiten van De Nederlandsche Bank (DNB) waarbij aan twee ondernemingen een aanwijzing is gegeven en curatoren zijn benoemd ten aanzien van hun directies. De aandeelhouders stelden dat zij als belanghebbenden bij deze besluiten moesten worden aangemerkt, zodat zij bezwaar mochten maken en beroep konden instellen.
De rechtbank overweegt dat belanghebbende in bestuursrechtelijke zin degene is wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. De primaire besluiten zijn uitsluitend gericht tot de directies van de ondernemingen en zien op hun bedrijfsvoering. De aandeelhouders hebben geen concreet, eigen en actueel belang dat rechtstreeks door de besluiten wordt geraakt. Hun belangen zijn hooguit afgeleid en de besluiten raken hen slechts indirect.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie dat aandeelhouders het risico aanvaarden dat de waarde van hun aandelen kan fluctueren door besluiten van bestuursorganen. De primaire besluiten raken de eigendomsrechten van de aandelen niet en het risico van waardevermindering is inherent aan het aandeelhouderschap.
Daarom zijn de beroepen van de aandeelhouders ongegrond en verklaart de rechtbank de bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van de aandeelhouders worden ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbenden zijn bij de besluiten van DNB.