ECLI:NL:RBROT:2016:8222
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijk disciplinair ontslag politieagent wegens ernstig plichtsverzuim
Eiser, een politieagent, werd op 4 februari 2015 met onmiddellijke ingang disciplinair ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder rijden onder invloed en aanstootgevend gedrag tijdens een huiselijke twist. Twee gedragingen werden niet betwist en vormden voldoende grond voor het ontslag. Eerder was een ontslagbesluit geschorst en omgezet in een lichtere maatregel.
Na een intern onderzoek en bezwaarprocedure handhaafde de korpschef het ontslagbesluit. De rechtbank stelde vast dat het plichtsverzuim toerekenbaar was en dat het gedrag het imago van de politie schaadde. De gedragingen vonden deels buiten werktijd plaats, maar waren toch relevant vanwege de functie van eiser.
Eiser voerde aan dat het ontslag onevenredig was en dat hij door psychische klachten niet volledig toerekenbaar was, maar dit werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat de straf passend was gezien de ernst, eerdere gedragingen en het dienstbelang. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het met onmiddellijke ingang opgelegde disciplinair ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard.