ECLI:NL:CRVB:2010:BM8443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- B.M. van Dun
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek na tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim binnen proeftijd
Betrokkene was werkzaam bij het Gemeentelijk Vervoersbedrijf van Amsterdam en kreeg in 2003 voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. Binnen de proeftijd maakte hij zich opnieuw schuldig aan plichtsverzuim door niet te verschijnen bij verschillende verplichte afspraken in het kader van zijn re-integratie. Het College van burgemeester en wethouders legde het voorwaardelijk ontslag ten uitvoer, wat door betrokkene werd aangevochten bij de rechtbank.
De rechtbank vernietigde het besluit tot tenuitvoerlegging op grond van een deskundigenrapport dat stelde dat betrokkene vanwege psychische klachten niet volledig toerekeningsvatbaar zou zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf hanteerde en dat het plichtsverzuim wel degelijk ernstig en toerekenbaar is. De Raad stelt dat het bestuursorgaan in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
Daarnaast constateert de Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure en besluit het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over een schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het onderzoek wordt heropend wegens overschrijding van de redelijke termijn.