De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die ervan werd verdacht betrokken te zijn bij een woningoverval op 19 december 2003 te Gorinchem. Hoewel vastgesteld werd dat verdachte de overvallers met zijn auto naar de woning vervoerde en een zakelijk conflict had met de echtgenoot van de benadeelde, was er onvoldoende bewijs dat hij op de hoogte was van de plannen of zelf in de woning aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet paste in het signalement van de overvallers en getuigen verklaarden hem tijdens de overval terug te zien lopen naar zijn auto. Bij een doorzoeking van zijn auto werden enkele voorwerpen gevonden, waaronder een vuurwapen, maar deze waren niet herkenbaar als het gebruikte wapen en niet onderzocht op sporen. Er was geen bewijs van opzet of medeplichtigheid.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 27 maanden geëist, maar de rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Het vuurwapen werd onttrokken aan het verkeer, overige inbeslaggenomen goederen werden teruggegeven aan rechtmatige eigenaren, en de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.