ECLI:NL:RBROT:2016:9197
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor roken waterpijp in horeca-inrichting ondanks rookruimteverweer
De minister van Volksgezondheid legde eiser een bestuurlijke boete van €4.500 op wegens herhaalde overtreding van het rookverbod in de horeca, vastgesteld op basis van een proces-verbaal van de NVWA. Op 16 oktober 2014 werd in de door eiser geëxploiteerde horeca-inrichting een waterpijp gerookt in het publiek toegankelijke deel waar ook werkzaamheden werden verricht.
Eiser voerde aan dat de waterpijp werd gerookt in een afgesloten rookruimte, zodat werknemers geen hinder ondervonden. De rechtbank oordeelde dat het bewijs, gebaseerd op het proces-verbaal, niet ondersteunt dat er in een aparte rookruimte werd gerookt. De waarnemingen wezen uit dat in dezelfde ruimte werd gewerkt en gerookt.
Verder stelde de rechtbank vast dat het beroep beoordeeld moest worden op de wetgeving die gold ten tijde van de overtreding (artikel 11a Tabakswet). De boete was terecht opgelegd wegens recidive. Een beroep op matiging van de boete werd afgewezen omdat eiser geen bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de bestuurlijke boete van €4.500,- wegens overtreding van het rookverbod.