ECLI:NL:RBROT:2016:9795
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tussentijds hoger beroep in internationaal bevoegdheidsincident
In deze civiele procedure tussen een Nederlandse vennootschap en een Duitse gedaagde staat centraal de vraag welke rechter bevoegd is om de zaak te behandelen. De rechtbank Rotterdam had in een tussenvonnis bepaald dat de behandeling wordt aangehouden totdat het Landgericht Bremen in Duitsland definitief beslist over zijn bevoegdheid.
De eiseres verzocht om tussentijds hoger beroep tegen dit tussenvonnis, stellende dat zonder hoger beroep beide gerechten op elkaar zullen wachten en de procedure onnodig wordt vertraagd. De gedaagde maakte bezwaar tegen het verzoek.
De rechtbank overwoog dat hoger beroep tegen tussenvonnissen in principe niet mogelijk is, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Hoewel litispendentie een bijzondere omstandigheid kan zijn, achtte de rechtbank het voordeel van tussentijds hoger beroep in deze zaak gering. Er was onvoldoende bewijs dat het Duitse gerecht wacht op een definitief oordeel van de Nederlandse rechter.
Daarom werd het verzoek om tussentijds hoger beroep afgeworpen en blijft de zaak aangehouden totdat het Duitse gerecht een definitieve beslissing neemt over zijn bevoegdheid.
Uitkomst: Verzoek om tussentijds hoger beroep tegen tussenvonnis wordt afgewezen.