Op 19 september 2015 vond olieverontreiniging plaats in de jachthaven van eiseres. Verweerder voerde spoedeisende bestuursdwang uit om de verontreiniging te verwijderen en stelde eiseres als overtreder aan, omdat zij volgens verweerder eigenaar was van de steiger waaruit de olie afkomstig was.
Eiseres betwistte dit en stelde dat een derde partij, die zich als eigenaar gedroeg en de steiger onder meer onderhield en afsloot, eigenaar is. Verweerder baseerde zijn standpunt op eigendomsoverdracht van de provincie aan eiseres, maar kon niet overtuigend aantonen dat eiseres daadwerkelijk eigenaar van de steiger is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat eiseres eigenaar is en dat het besluit niet zorgvuldig en niet deugdelijk gemotiveerd is. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit en draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen. Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres.