ECLI:NL:RVS:2008:BF8999
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M.W.L. Simons-Vinckx
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Kostenverhaal bestuursdwang voor lozing verontreinigd bluswater na brand
Het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta heeft bestuursdwang toegepast tegen CZL Tilburg B.V. vanwege het zonder vergunning lozen van verontreinigd bluswater in oppervlaktewater na een brand op het bedrijfsterrein. CZL werd geconfronteerd met een besluit waarin de kosten van deze bestuursdwang op haar werden verhaald.
CZL voerde aan niet als overtreder te kunnen worden aangemerkt omdat zij zelf geen bluswerkzaamheden had verricht en de lozing niet aan haar kon worden toegerekend. Het dagelijks bestuur stelde dat CZL als drijver van de inrichting verantwoordelijk was voor de verontreiniging en het lozen van verontreinigd bluswater.
De Raad van State oordeelde dat CZL niet zelf de overtreding fysiek had begaan, maar dat de lozing van verontreinigd bluswater wel aan haar kon worden toegerekend omdat de brandweer in opdracht van CZL had geblust. Hoewel CZL geen verwijt treft voor het ontstaan van de brand, had zij na de brand wel maatregelen kunnen treffen om verdere verspreiding van de verontreiniging te voorkomen.
De Raad concludeerde dat het redelijk is de kosten van bestuursdwang op CZL te verhalen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van CZL tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.