Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering en de grondslag daarvan
3.Voorvragen
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
De conclusie van de officier van justitie luidt dan ook dat het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel € 64.029.681,70 bedraagt.
de bewuste loods in [plaats 1] heeft laten huren om daar de cocaïne te laten verpakken en te laten voorzien van een deklading” [5] . Verder blijkt dat de opgegeven eindbestemmingen van de luchtvrachten in Polen niet corresponderen met de daadwerkelijke eindbestemming, [naam bedrijf 1] in Rotterdam en Barendrecht.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat bij de eerdere transporten Ecoflame, waarbij de verdachte betrokken was, de volgende modus operandi werd gehanteerd. In een loods te [plaats 1] (Brazilië), die eerst door de verdachte en later ook namens hem werd gehuurd door [naam medeverdachte] , werd de aldaar aanwezige Ecoflame brandgel afkomstig van het bedrijf [naam bedrijf 2] in dozen verpakt. Deze dozen werden volgens de vrachtpapieren van vliegmaatschappij Lufthansa, via Frankfurt (Duitsland) verzonden naar [naam scheepvaartbedrijf] te [plaats 2] in Polen. Van voornoemde transporten die reeds in juni 2005 plaatsvonden en doorgingen tot begin 2008, is vast komen te staan dat deze na aankomst in Frankfurt (Duitsland) nimmer in Polen zijn afgeleverd. Van tenminste één luchtvracht, d.d. 2 februari 2008, is reeds op grond van de vrachtpapieren vast te stellen dat deze direct verzonden is naar [naam bedrijf 1] te Rotterdam, Nederland. Niet aannemelijk is geworden dat de brandgel daadwerkelijk als eindbestemming Polen had nu uit onderzoek is gebleken dat [naam scheepvaartbedrijf] geen (zakelijke) relatie heeft, noch heeft gehad met [naam bedrijf 1] te Nederland of [naam bedrijf 2] te Brazilië en dat er bovendien geen open vuur en dus geen brandgel is toegestaan op de schepen van Stena Line (...) De chauffeurs die in de periode juni 2005 tot februari 2008 de vracht van Frankfurt naar Rotterdam of Barendrecht hebben gereden, hebben onafhankelijk van elkaar verklaard dat de vracht afgeleverd werd op het opgegeven adres van [naam bedrijf 1] , te weten [adres 1] te Rotterdam of de [adres 2] te Barendrecht. Expediteurs die de chauffeurs inhuurden, [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] hebben verklaard na september 2006 te zijn benaderd door of namens [naam veroordeelde] ofwel [bijnaam veroordeelde] om de vracht niet naar Polen, maar naar Rotterdam of Barendrecht te vervoeren. Onderweg van Frankfurt naar Nederland werden de chauffeurs meermalen gebeld met het verzoek aan te geven wanneer zij op de plaats van bestemming zouden arriveren en werden in ieder geval één keer de vrachtpapieren ondertekend door een persoon genaamd [bijnaam veroordeelde] . Op 16 september 2007 is expediteur [naam bedrijf 3] verzocht om de chauffeur te informeren dat alvorens hij met de vrachtwagen bij [naam bedrijf 1] te Barendrecht zou arriveren, er contact gezocht moest worden met het telefoonnummer: [gsm-nummer] . Voornoemd telefoonnummer komt in het onderzoek ook naar voren tijdens het getuigenverhoor van mevrouw [naam getuige 1] te [plaats 1] , Brazilië. Wederom wordt dit nummer gelinkt aan de naam ‘ [bijnaam veroordeelde] ’ die - volgens de verklaring van getuige [naam getuige 1] - te [plaats 1] alcohol (warming)gel exporteerde bestemd voor zijn eigen bedrijf. Na een fotoconfrontatie blijkt getuige [naam getuige 1] , in de foto van de verdachte ‘ [bijnaam veroordeelde] ’ te herkennen. Uit het vorenstaande blijkt dat de dozen Ecoflame brandgel van alle luchtvrachten die zijn onderzocht, uiteindelijk zijn afgeleverd bij het bedrijf [naam bedrijf 1] te Nederland en in ieder geval een aantal keren in ontvangst zijn genomen door de verdachte”. [6]
5.De verplichting tot betaling
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Beslissing
€ 9.604.452,25.
€ 9.599.452,25(negen miljoen vijfhonderdnegenennegentigduizend vierhonderdtweeënvijftig euro en vijfentwintig cent) aan de Staat.