Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
mixed metal scrapbetrof en werd aangeduid met afvalcode B1050. Bij vijf van de zeven containers ontbrak een CCIC-certificaat. Op de overgelegde Bijlagen VII van vijf containers stond in vak 7, bij de inrichting voor nuttige toepassing, een naam vermeld van een onderneming die is gevestigd op de 25e etage van een kantoorgebouw in Hongkong. Hierdoor zijn de formulieren niet juist ingevuld, zo schrijft de Douane, nu het evident is dat op een dergelijke plek geen metaalverwerkingsbedrijf is gevestigd.
mixed metal scrapbevestigd dat het afval voor nuttige toepassing mag worden uitgevoerd naar China en daarbij antwoord c) (geen controle) aangevinkt. China heeft dus niet gekozen voor een invoerverbod ex artikel 36 van Pro de EVOA.
mixed metal scrapin kolom d) opgenomen en niet in de kolom met verboden stoffen (kolom a)). De opname in kolom d) en niet in kolom a), betekent dat er geen sprake is van een verbod als bedoeld in artikel 36 van Pro de EVOA. Artikel 2 onder Pro 35 sub f van de EVOA verbiedt handelen in strijd met de artikelen 34, 36, 39, 40, 41 en 43. Nu er geen sprake is van een handelen in strijd met artikel 36 (voor de uitvoer van deze stof naar China geldt immers geen uitvoerverbod) of één van de andere genoemde artikelen in artikel 2 onder Pro 35 sub f, dient verdachte te worden vrijgesproken van dit deel van het ten laste gelegde.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- artikel 23 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en
- 10.60 van de Wet Milieubeheer.
10.Beslissing
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.60, tweede lid van de Wet milieubeheer, meermalen gepleegd.
€ 20.000,00(twintigduizend euro).