ECLI:NL:RBROT:2017:10270
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling na verweer grootste schuldeiser Rabobank
Verzoeker heeft op 29 mei 2017 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Rabobank, als grootste schuldeiser, heeft bezwaar gemaakt en aangevoerd dat verzoeker niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van de schulden. De rechtbank heeft tijdens de zitting op 30 oktober 2017 het standpunt van verzoeker gehoord, die stelde wel te goeder trouw te zijn en overleg met Rabobank te hebben gevoerd.
De rechtbank heeft het verweerschrift van Rabobank onvoldoende onderbouwd geacht en oordeelt dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt te goeder trouw te zijn. Ook is het verzoekschrift aan alle formele eisen voldaan en is er geen reden voor afwijzing. De rechtbank is bevoegd de insolventieprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
De rechtbank spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit, benoemt een rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. Tevens wordt de bewindvoerder gemachtigd tot het openen van aan verzoeker gerichte post. Het vonnis is uitgesproken op 13 november 2017.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe ondanks het verweer van Rabobank.