Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
De tekst van de tenlastelegging is als
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
Rechtbank Rotterdam
Op 13 juni 2017 werd onder de achterbank van de auto van verdachte een hoeveelheid cocaïne aangetroffen. Verdachte ontkende op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van de drugs. De auto stond sinds 29 mei 2017 op zijn naam, maar het was aannemelijk dat ook derden de auto gebruikten.
De officier van justitie stelde dat verdachte als bestuurder en tenaamgestelde van het voertuig niet kon ontkennen dat hij wist van de cocaïne, en eiste een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 2 voorwaardelijk. De verdediging voerde aan dat verdachte niets wist van de drugs en dat de auto pas kort op zijn naam stond, waardoor hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Er was geen bewijs dat verdachte wist van de cocaïne, noch dat hij deze opzettelijk vervoerde. Het enkele feit dat de auto op zijn naam stond en hij deze bestuurde was onvoldoende. Ook de witte poeder op het matje achter de bijrijdersstoel was geen cocaïne. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van de cocaïne in zijn auto.