De verdachte werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 978 gram heroïne in een gehuurde auto. Tijdens surveillance zagen agenten de verdachte zenuwachtig lopen en hielden hem staande. Hoewel de identiteit van verdachte via politiefoto was vastgesteld, werd hij toch gefouilleerd, waarbij een autosleutel werd gevonden die leidde tot de vondst van heroïne in de auto.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 7 maanden. De rechtbank oordeelde echter dat de identiteitsfouillering onrechtmatig was omdat de identiteit reeds vaststond en geen twijfel bestond. Hierdoor werd het bewijs dat uit de fouillering voortkwam uitgesloten.
Door deze bewijsuitsluiting was er onvoldoende bewijs om het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend vast te stellen. De rechtbank sprak de verdachte vrij. Daarnaast werden verschillende inbeslaggenomen goederen teruggegeven aan de verdachte, terwijl andere goederen in bewaring werden gesteld ten behoeve van een nog aan te wijzen rechthebbende.