ECLI:NL:RBROT:2017:140
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F. Frankruijter
- R.H.L. Dallinga
- C.F.J. de Jongh
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken rechtstreeks belang bij vergunning beroepsvisserij
Eiseres, een onderneming in hengelsportmaterialen, maakte bezwaar tegen vergunningen verleend aan beroepsvissers voor vaste vistuigen in het Europoortgebied. Zij stelde dat haar omzet daalde door de vergunningen, omdat sportvissers minder gingen vissen door de beroepsvisserij.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen rechtstreeks belang heeft bij de primaire besluiten, omdat zij zelf niet vist en haar belang afgeleid is van dat van sportvissers. Het beroep op jurisprudentie over eigenaren van panden en afgeleid belang werd verworpen vanwege het ontbreken van een duidelijk causaal verband tussen de vergunningen en de omzetdaling.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.