ECLI:NL:RVS:2007:AZ8995
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verzoek wijziging milieuvergunning
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Harlingen om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen en wijziging van een milieuvergunning met betrekking tot een vergunninghouder op een locatie te Harlingen. Dit verzoek werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante volgens verweerder geen belanghebbende was in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Appellante stelde dat zij als concurrente van de vergunninghouder wel degelijk als belanghebbende moet worden aangemerkt, omdat zij in hetzelfde marktsegment actief is en zich tot dezelfde klantenkring richt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellante inderdaad een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang heeft en dus belanghebbende is.
Daarom is het besluit van 9 februari 2006 niet-ontvankelijkheid te verklaren vernietigd en het besluit van 14 juli 2006, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, eveneens vernietigd. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen en appellante wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot wijziging van de milieuvergunning is vernietigd en appellante wordt als belanghebbende erkend.