ECLI:NL:RBROT:2017:1420
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Hameete
- E.J. Rutten
- I. Bouter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verhoogde WOZ-waarde ondanks bezwaar belastingplichtige
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2016, die was vastgesteld op €120.000. Hij stelde dat de waarde te laag was en pleitte voor een waarde van €160.000, met als belang dat hij de woning wilde verkopen en mogelijk onteigening te verwachten had.
Verweerder wees het bezwaar af met het argument dat er geen wettelijke basis was voor een verhoging van de WOZ-waarde, mede omdat het belang van eiser niet voortkwam uit een wettelijk voorschrift maar uit een voorgenomen verkoop. De rechtbank onderzocht ambtshalve of het bezwaar terecht ongegrond was verklaard of dat het niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens gebrek aan belang.
De rechtbank volgde het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en haar eigen eerdere uitspraak, waarin werd bepaald dat eiser ook een hogere waarde mag bepleiten en geacht wordt daarbij belang te hebben, ook als het waardegegeven niet wordt gebruikt voor een wettelijk voorschrift.
De rechtbank stelde vervolgens vast dat de WOZ-waarde van de woning €160.000 bedraagt, conform het door eiser voorgestelde bedrag en het door verweerder nader verdedigde standpunt. De aanslag onroerende-zaakbelastingen blijft ongewijzigd omdat een beroep niet tot een hogere aanslag kan leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, stelde de WOZ-waarde vast op €160.000 en bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser vergoedt. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €160.000 en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.